(hoog)begaafde jongeren hebben soms hulp nodig

begeleiding voor vastgelopen hoogbegaafde jongeren

Onderpresteren

Onderpresteren is het gevolg van een sluipend interactief proces waarbij leerling, leraar en ouders gezamenlijk betrokken zijn. Bij het zoeken naar de oorzaken van onderpresteren moet daarom altijd bedacht worden dat het niet in het belang van de leerling is een 'schuldige' aan te wijzen, want dat is eigenlijk toch een beetje een 'kip of ei vraag'. Om tot een oplossing te komen is het van belang om op alle vlakken tegelijkertijd in te zetten.

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen twee groepen onderpresteerders: relatieve onderpresteerders en absolute onderpresteerders. Relatieve onderpresteerders presteren minder dan je op grond van hun intelligentie mag verwachten, maar blijven in elk geval rond het groepsgemiddelde presteren. De leerlingen worden wat betreft hun toetsprestaties voor de leerkracht als het ware onzichtbaar. Ze vallen niet op in de massa. Absolute onderpresteerders halen niet alleen prestaties beneden hun eigen vermogens, hun prestaties zijn beneden het groepsgemiddelde en veelal ook beneden de beheersingsnorm. Zij vallen juist op door hun toetsresultaten, zij het niet in positieve zin. Bij zowel relatieve als absolute onderpresteerders zien we dat de negatieve prestatiespiraal waarin ze zijn terecht gekomen effect heeft op hun verdere welbevinden en functioneren. Dit uit zich in waarneembare gedragskenmerken.

Waar komt dat onderpresteren vandaan? En vooral: wat kun je eraan doen? Helaas kunnen beide vragen niet eenduidig beantwoord worden. Er is geen pasklare oplossing, want elke onderpresterende leerling doet dat weer om andere redenen en elke onderpresterende leerling ontwikkelt andere problemen. Het is belangrijk dat elke onderpresteerder begeleiding krijgt van een vast persoon. 

Al vanaf het moment dat het begaafde kind als kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong naar school komt, krijgt het te maken met verwachtingen die de groep van hem heeft. Op grond daarvan ontwikkelt het kind in een aantal jaar een zelfbeeld en sociale identiteit die volgens zijn eigen idee overeenkomen met de werkelijkheid. Op het moment dat het kind naar school gaat manifesteert zich een groepsproces, waarbinnen sociale correcties op het gedrag van het begaafde kind plaatsvinden. Het begaafde kind heeft al op jonge leeftijd door dat de groep het moeilijk vindt als iemand hen te ver vooruit is. Dat kan sociale uitsluiting tot gevolg hebben. Resultaat daarvan is dat het kind een negatief zelfbeeld opbouwt en daarom een negatieve sociale identiteit ontwikkelt. Onderpresteren kan daarop een reactie zijn. Het kind heeft dan de indruk dat onderpresteren uitsluiting uit de groep voorkomt. Lastig hieraan is echter wel dat de identiteitsontwikkeling onder nog grotere spanning komt te staan en tot een breed scala aan klachten kan leiden.

Onderpresteren betreft gedrag en is veelal afhankelijk van een bepaalde situatie. Dat wil zeggen dat een hoogbegaafde leerling niet altijd en overal zich als onderpresteerder hoeft te manifesteren. Zo is het begrijpelijk dat de leerling wel onderpresteert op school, maar thuis of op de (sport)vereniging topprestaties kan leveren. Zo kan ook verklaard worden dat de leerling bij de ene leraar wel goede prestaties levert en bij de andere leraar juist helemaal niet. De verklaring daarvoor kan dan gezocht worden in de aard van het vak, de relatie met de leraar of zelfs de wisselend groepssamenstelling. Het feit dat het om gedrag gaat stemt hoopvol, het betekent dat daar het antwoord ligt voor de begeleiding: gedrag kun je beïnvloeden, aanleg niet. 

Een metafore over de oorzaak van onderpresteren zie je hier weergegeven in een filmpje van Thijl Koendering, Novilo, 'Wat is een Cheetah?'.